Een traditie die Linda van haar moeder heeft overgenomen is het bakken van appelflappen met oudjaar. Toevallig is Jeroen al enkele jaren op oudejaarsdag bij z’n moeder in de appelflappenleer en kon hij, met mij als koksmaat, probleemloos deze traditie overnemen. Zoals zoveel mensen trek je om middernacht de bubbeltjeswijn open en geef je elkaar een, twee, drie zoenen en stel je voor er weer een mooi jaar van te gaan maken.
Dat krijgen we dit keer niet over onze lippen. We komen niet verder dan: ‘Hé, dit wordt een spannend jaar, dat is zeker.’
Er is inmiddels een zekere routine ontstaan ten aanzien van Linda’s dagindeling. ’s Morgens om negen uur, in bed, radio aan en dan medicijnen, yoghurt en vervolgens Nutridrink. Om twaalf uur – met tegenzin – uit bed. Ik loop voor haar uit de trap af want ze is nogal wiebelig.
Ik help haar voor zover nodig met douchen en aankleden, en na geruime tijd zit zij op haar plek in de woonkamer. Tijd voor de volgende Nutridrink.
Ze luistert naar radio 1 maar dut en slaapt veel. Dat is een bijwerking van het morfine-achtige medicijn Oxycodon. Als zij niet dut of slaapt is zij helder, alert en tot een gewoon gesprek in staat.
’s Avonds eten we, dat wil zeggen iedereen behalve Linda, in de keuken omdat zij etensgeuren niet verdraagt. Ze gaat laat, na middernacht, naar bed.
De pijn is onder controle en haar overgeefaanvallen zijn minder frequent, hooguit een keer per dag. Haar situatie lijkt min of meer stabiel.
Van vijf weken weinig eten en bijna niet bewegen worden je spieren slap. Daarom hebben we een hometrainer in de woonkamer gezet waarop Linda elke dag probeert een beetje te peddelen. Daarnaast houden we zorgvuldig bij hoeveel kilocalorieën zij binnenkrijgt. Het moeten er minimaal 1500 zijn, en dat lukt – zij het niet altijd met genoegen – aardig de laatste tijd. Het komt ongeveer neer op drie flesjes Nutridrink aangelengd met volle melk, yoghurt, jus d’orange, tomatensoep en een gekookt ei, niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Van normaal vast voedsel is in het geheel nog geen sprake.
Woensdag 4 januari vallen er ineens grote plukken van Linda’s haar uit. Nu hebben wij kappersspullen in huis omdat Linda een getalenteerd hobbykapster is die altijd zelf haar mannen knipte. (Ik ben in geen dertig jaar in een kapperszaak geweest. Mijn aanbod om als tegenprestatie haar haar te knippen, heeft ze altijd afgeslagen.) Linda heeft Tim, op zijn verzoek, ook het kappersmetier geleerd. Hij knipt Hanne en zijn broer. Bevreesd als hij is voor practical jokes houdt Tims vader zoons aanbod nog even in beraad.
Linda’s nuchtere conclusie is: ‘Waarom de kapper gebeld met deze know how in huis, zeker nu er aan de gewenste coupe weinig te verprutsen valt?’
En zo is het alsof we ineens een kersverse wereldkampioen darts in huis hebben, maar dan met een mutsje op. De pruik is voor officiële gelegenheden waarvan het bezoek aan de neuroloog volgende week de eerste is.
Ondertussen droogt de stroom lieve apps, berichten, mails, kaarten, brieven, bloemen & planten niet op. Het zijn zo veel attenties dat ik onmogelijk op elke apart kan reageren. Wees ervan overtuigd dat we ervan onder de indruk zijn en dat het helpt.
Het is alsof we ineens naast het leven staan geparkeerd. We proberen om te gaan met onze tegenslag door het allemaal niet te zwaar te maken. Vandaar de soms wat lichte toon van dit blog. Jullie hadden vast al begrepen dat ik deze stukjes aan Linda voorlees voordat ik ze op internet zet. De censuur heeft nog niet hoeven ingrijpen.